Blogs

Investment Officer: is een ‘light’-fonds echt zo licht als de naam doet vermoeden?

Investment Officer: is een ‘light’-fonds echt zo licht als de naam doet vermoeden?

Is een ‘light’-fonds echt zo licht als de naam doet vermoeden?

Auteur: Joris Rump (bij Investment Officer)

Steeds meer beleggingsfondsen kiezen voor het ‘light’-regime van de AIFMD om buiten de verplichtingen van een volledige vergunning te blijven. Dit lijkt op het eerste gezicht een manier om geheel buiten toezicht te opereren, maar dat is een misvatting: ook ‘light’-beheerders moeten voldoen aan rapportage- en informatieverplichtingen en blijven gebonden aan meerdere wettelijke kaders.

Het light-regime is populair binnen diverse asset classes, waaronder aandelen, derivaten, vastgoed en private equity. Dit regime geldt voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die onder de grenzen van 100 miljoen euro (open-end inclusief hefboom) of 500 miljoen euro (closed-end zonder hefboom) aan beheerd vermogen blijven.

Fondsen die onder het registratieregime vallen, moeten zich houden aan diverse voorwaarden. Zo is het niet toegestaan om participaties over de grens aan te bieden, waardoor de reikwijdte tot de Nederlandse landsgrenzen beperkt blijft. Daarnaast bestaat er een registratie- en rapportageplicht bij de AFM, waarbij fondsbeheerders de omvang en activiteiten van het fonds moeten doorgeven. Ook is het belangrijk om beleggers van correcte en niet-misleidende informatie te voorzien over onder andere het beleggingsbeleid en de risico’s.

Relevante aanvullende wet- en regelgeving

Hoewel light-fondsen niet onder toezicht staan op grond van de AIFMD, zijn er verschillende wettelijke kaders van toepassing op deze fondsen:

  1. Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)
    Beheerders van light-fondsen zijn verplicht om zowel initieel als doorlopend cliëntenonderzoek (KYC) uit te voeren, waarbij ze de identiteit en herkomst van middelen van participanten en correspondentrelaties controleren. Daarnaast moeten zij transactiemonitoring toepassen om ongebruikelijke transacties te signaleren en, indien nodig, te melden bij FIU-Nederland.
  2. Sanctiewet (Sanctiewet 1977)
    Beheerders zijn verplicht om te verifiëren of (potentiële) participanten en correspondentrelaties voorkomen op (internationale) sanctielijsten.
  3. AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)
    Beheerders zijn verantwoordelijk voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens van participanten en andere betrokkenen, waarbij alle processen en gegevensverwerking moeten voldoen aan de AVG-normen.
  4. UBO register trusts
    Light-beheerders van fondsen die zijn opgericht als een fonds voor gemene rekening (FGR) moeten voldoen aan de registratieverplichting in het UBO-register trusts. Dit register biedt inzicht in de individuen die een rol of financieel belang hebben in trusts en vergelijkbare juridische constructies. Voor FGR’s betekent dit dat elke individuele participant als UBO geregistreerd moet worden, ongeacht de omvang van hun belang.
  5. SFDR (Sustainable Finance Disclosure Regulation)
    Beheerders zijn verplicht om transparant te zijn over de duurzaamheid van hun beleggingsfondsen conform de SFDR. Deze regelgeving heeft impact op meerdere niveaus en geldt in principe voor alle beleggingsfondsen, ongeacht of zij expliciet als duurzaam worden gepresenteerd.
  6. PRIIPs (Packaged Retail and Insurance-based Investment Products)
    Beheerders die beleggingsfondsen aanbieden aan niet-professionele (retail) beleggers, zijn op grond van de PRIIPs-verordening verplicht om een Essentiële-informatiedocument (Eid) op te stellen. Dit document geeft beleggers op een gestandaardiseerde wijze inzicht in de kenmerken, risico’s en kosten van het beleggingsproduct en moet voor veel beleggingsfondsen maandelijks geüpdatet worden.

Werkzaamheden en organisatie

1. Administratie

Een ander aandachtspunt voor light-fondsen, is een gedegen administratie bijhouden. Deze vormt de ruggengraat van een fonds en speelt een cruciale rol in zowel de interne bedrijfsvoering als de naleving van wettelijke verplichtingen. De fondsadministratie omvat de waardering van het fonds (Net Asset Value, NAV), het opstellen van rapportages en het correct verwerken van in- en uitstroom van participanten.

De NAV-berekening is essentieel, omdat deze direct invloed heeft op transacties binnen het fonds, zoals in- en uitstapmomenten van participanten. Daarnaast kan administratie van fonds complex zijn door factoren zoals wisselende instapmomenten, wisselende instapbedragen, prestatievergoedingen en high-water marks (HWM). Een transparante en goed georganiseerde administratie draagt bij aan het vertrouwen van beleggers en toezichthouders.

2. Compliance en risicomanagement

Net als AIFMD-beheerders, moeten ook light-beheerders een solide compliance– en risicobeleid hanteren. Hiermee zorgt de beheerder ervoor dat alle relevante wetten en regels, zoals de Wwft en SFDR, correct worden nageleefd. Daarnaast brengt het beheren van een fonds een duidelijke verantwoordelijkheid met zich mee richting beleggers. Alles wat in de fondsdocumentatie wordt vastgelegd, zoals het beleggingsbeleid, kostenstructuur en risicobeheer, moet daadwerkelijk worden nageleefd. Niet alleen beleggingsrisico’s, maar ook operationele risico’s, zoals IT- en integriteitsrisico’s, moeten actief worden beheerd.

3. Rapportage en beleggersinformatie

Transparantie richting beleggers is een kernverplichting voor beheerders, ook binnen het light-regime. Dit vereist regelmatige verslaglegging over de actuele waarde van het fonds en belangrijke gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de beleggingen. Daarnaast zijn light-beheerders verplicht om de volgende vrijstellingsvermelding op te nemen in precontractuele documentatie: “Let op! U belegt buiten AFM-toezicht”.

Voor fondsen met duurzaamheidsdoelstellingen of -kenmerken is het naleven van de SFDR-regelgeving essentieel. Dit houdt in dat beheerders moeten vastleggen hoe duurzaamheid wordt geïntegreerd in het beleggingsproces en welke impact dit heeft op het fondsbeleid.

Uitbesteden

Hoewel er ruimte is om activiteiten uit te besteden (zoals de cliëntonderzoeken), blijft de formele verantwoordelijkheid bij de fondsbeheerder. Zaken zoals fondsadministratie, compliance en marketing kan een beheerder wel uitbesteden. Een gespecialiseerde fondsadministrateur kan extra onafhankelijkheid toevoegen en vertrouwen uitstralen richting participanten. En een externe compliance-specialist biedt ondersteuning door periodieke controles uit te voeren en advies te geven over veranderende regelgeving. Bij uitbesteding van marketingactiviteiten is het registratieregime een aandachtspunt: vermijd hierbij het ongewenst aanbieden van het fonds buiten Nederland.

Dus, is een ‘light’-fonds echt zo licht als de naam doet vermoeden? Het antwoord is duidelijk: nee. Hoewel het minder regulering met zich meebrengt dan een volledige AIFMD-vergunning, blijven er tal van verplichtingen en verantwoordelijkheden bestaan. Beheerders moeten die niet onderschatten.